Nederland

Verenigingsfokreglement

Ierse rood-witte Setter-Club

Voor het ras Ierse rood-witte Setter

1. ALGEMEEN

1.1.      Dit reglement voor de Ierse rood-witte Setter-Club, hierna te noemen de vereniging beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van het ras Ierse rood-witte Setter  zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de vereniging. Dit Verenigingsfokreglement (VFR) is goedgekeurd door de algemene ledenvergadering van de vereniging op 15 november 2017. Inhoudelijke aanpassingen van het VFR kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de algemene ledenvergadering van de vereniging.

1.2.      Dit Verenigingsfokreglement (VFR) geldt voor alle leden van de vereniging voor de Ierse rood-witte Setter, woonachtig in Nederland.

1.3.      Het bestuur van de vereniging verplicht zich, de door de Algemene Vergadering van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vastgestelde wijzigingen van het Kynologisch Reglement (KR), die betrekking hebben op dit Verenigingsfokreglement, terstond hierin door te voeren. In tegenstelling tot het gestelde in artikel 1.1 behoeven deze wijzigingen niet de goedkeuring van de algemene ledenvergadering van de vereniging.

Dit ontslaat de individuele fokker niet van de plicht, zelf op de hoogte te zijn en te blijven van recente wijzigingen in het KR, ook als het bestuur van de vereniging hier in gebreke blijft.

1.4.      Voor wat betreft de omschrijving van de in dit VFR genoemde definities gelden de omschrijvingen zoals vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement en het Kynologisch Reglement van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.

1.5.      Voor wat betreft de externe regelgeving gelden de regels zoals vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement en het Kynologisch Reglement van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.

1.6.      Inschrijving van een nest in de Nederlandse stamboekhouding (NHSB)

door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vindt plaats conform de regels zoals vastgelegd in het Kynologisch Reglement.

1.7. Welzijn

a.         Leden dienen hun honden op zodanige wijze te houden, dat het welzijn van de honden wordt verzekerd.  Verwaarlozing, uitbuiting en wreedheid kan nimmer worden geaccepteerd. Alle gedragingen dienen gericht te zijn op het belang van het individuele dier, alsook op dat van het ras Ierse rood-witte Setter.

b.         De fokkerij dient gericht te zijn op de instandhouding en/of verbetering van het ras met behoudt van de ras specifieke kenmerken, gezondheid, gedrag en werkeigenschappen.

c.         Er mag uitsluitend met geestelijk en lichamelijk gezonde teven worden gefokt.

d.         Er mag uitsluitend met geestelijk en lichamelijk gezonde reuen worden gefokt. Eigenaren van een reu dienen dekkingen te weigeren voor teven die niet voldoen aan dit Verenigingsfokreglement.

e.         Indien op wetenschappelijk basis is/wordt vastgesteld dat bij nakomelingen van bepaalde ouderdieren erfelijke gebreken aanwezig zijn, zal het bestuur contact opnemen met de fokker e/o eigenaar en een onderzoek (laten) instellen. Op basis van dit onderzoek neemt het bestuur van de Ierse rood-witte Setter club de beslissing of een ouderdier en de daaruit voortgekomen nakomelingen al dan niet van de fokkerij worden uitgesloten.

f.          Indien er op wetenschappelijke basis ontwikkelingen ontstaan die duiden op erfelijke gebreken kunnen wijzigingen worden aangebracht in het VFR welke gepubliceerd zullen worden op de website

1.8       Verantwoordelijkheid

Ondanks alle bepalingen in dit Verenigingsfokreglement ligt de verantwoordelijkheid voor het fokken en het afleveren van pups uitsluitend en alleen bij de fokker. De Ierse rood-witte Setter-Club aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid ten aanzien van eventuele gebreken bij de pup, betrokken van een fokker, ook als deze zich houdt aan de bepalingen in dit VFR.

2. FOKREGELS

Artikel VIII.2 KR in samenhang met regels van de vereniging.

2.1. Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar zoon of haar kleinzoon.

Pups, voortgekomen uit één van de genoemde combinaties, zullen niet in het NHSB worden ingeschreven (Artikel VIII.2 KR en Artikel III.14 lid 1l KR)

Naast bovenstaande verwantschappen is ook de combinatie half broer/ half zus niet toegestaan.

2.2. Herhaalcombinaties:

Dezelfde oudercombinatie is maximaal 1 maal toegestaan. Mits er gegronde redenen zijn om de oudercombinatie te herhalen. Zie hiervoor punt 9.3

2.3.      Minimum leeftijd reu:

De minimum leeftijd voor de reu waarop de eerste dekking plaatsvindt moet minimaal 12 maanden zijn en de reu moet aan alle gezondheidseisen voldoen.

2.4.      Aantal dekkingen:

De reu mag maximaal 3 geslaagde dekkingen per kalenderjaar verrichten in Nederland. Met een totaal van maximum 10 geslaagde dekkingen gedurende zijn leven. Als geslaagde dekking geldt een dekking waaruit minimaal één levende pup is voortgekomen en ingeschreven in het NHSB.

NB 1: In bijzondere omstandigheden zal een nest niet worden ingeschreven in het NHSB (artikel III.14 KR). Ook dan wordt uitgegaan van een geslaagde dekking.

NB 2: indien sperma wordt gebruikt van de reu voor kunstmatige inseminatie (KI), telt dit mee als een ‘dekking’.

2.5.      Cryptorchide en monorchide:

Cryptorchide of monorchide reuen zijnuitgesloten van de fokkerij.

2.6.      Gebruik buitenlandse dekreuen:

Wanneer een lid van de verenigingvoor een dekking een niet in Nederlands eigendom zijnde reu, welke wel staat ingeschreven in een door de FCI erkende stamboekhouding, wil gebruiken dan dient deze bij voorkeur te voldoen aan de gezondheidseisen zoals deze door de vereniging gesteld worden. Daar nog niet elk land dezelfde regels en/of normen hanteert, dient de buitenlandse reu minimaal aan de volgende voorwaarden te voldoen.:

a.         De reu moet zijn ingeschreven in een buitenlands stamboek van een FCI land, of een land dat door de FCI is erkend, conform het gestelde in artikel III.21 lid 2 KR;

b.         De uitslag van de in het betreffende land uitgevoerde gezondheidsonderzoeken en de kwaliteit van het onderzoek dienen vergelijkbaar te zijn met de onderzoeken zoals deze door de vereniging in dit VFR zijn opgenomen.

c.         De reu moet voldoen aan de voorwaarden die voor dekreuen in dat betreffende land gelden.

d.         De fokker dient de uitslagen mee te sturen bij de dek/geboorte melding.

2.7.      Kunstmatige inseminatie (sperma van levende en/of overleden dekreuen):

Als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt vaneen nog in leven zijnde/of overleden dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit Verenigingsfokreglement alsof het een natuurlijke dekking van de dekreu betreft.

2.8.      Dek- en geboorteberichten

a          De fokker is verplicht om de dekking binnen 21 dagen door te geven aan de secretariaat.

b          De fokker is verplicht om de geboorte binnen 10 dagen door te geven aan de secretariaat.

c          Alle dekkingen en geboortes van nesten van bestaande en nieuwe clubfokkers die voldoen aan het VFR worden vermeld in de nieuwsbrief en op de website van de Ierse rood-witte Setter-Club.

3. WELZIJNSREGELS (Artikel VIII.1 KR)

3.1. Een teef mag niet worden gedekt vóór de dag waarop zij de leeftijd van 22 maanden heeft bereikt

3.2.      Een teef waaruit niet eerder pups zijn geboren, mag niet worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 72 maanden heeft bereikt.

3.3.      Een teef, waaruit eerder pups zijn geboren, mag niet meer worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 96 maanden heeft bereikt.

3.4. Een teef mag niet meer worden gedekt na de dag waarop haar derde nestis geboren..

3.5.      Een teef mag niet worden gedekt als deze dekking tot gevolg heeft dat tussen de geboortes van twee opeenvolgende nesten van deze teef geen termijn van tenminste 12 maanden zit.

4.         GEZONDHEIDSREGELS

4.1.      Gezondheidsonderzoek (screening) ouderdieren: preventieve screening van ouderdieren moet, als het gaat om door de Raad van Beheer opgestelde en/of goedgekeurde geprotocolleerde onderzoeken, plaatsvinden door deskundigen die erkend zijn door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze onderzoeken opgestelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.

4.2.      Verplicht screeningsonderzoek.

Op basis van wetenschappelijk onderzoek zijn de volgende gezondheidsproblemen binnen het ras vastgesteld en moeten de ouderdieren vóór de dekking worden onderzocht op:

a.         Heupdysplasie

In Nederland ingeschreven honden dienen ook een Nederlandse uitslag te hebben tenzij de hond op latere leeftijd (ouder dan 15 mnd ) is geïmporteerd.

OFA (USA) en BVA (UK/Australië) uitslagen worden ook geacht geldige uitslagen te zijn. Zij dienen op de volgende wijze geïnterpreteerd te worden:

FCI OFA BVA GERMANY SWITZERLAND SWEDEN
    (UK/AUSTRALIA)      
    1 heup =slechtste heup      
A Normal hip Excellent 0 A1 0 0
  Good 1-3 A2 1-2  
B Borderline Fair 4-6 B1 3-4  
  Borderline 7-8 B2 5-6  
C Mild HD Mild 9-12 C1 7-9 1
  Mild 13-18 C2 10-12  
D Moderate HD Moderate 19-30 D1 13-15 2
  Moderate   D2 16-18  
E Severe HD Severe >30 E1 19-21 3
  Severe   E2 22-44 4

b.  Erfelijke aandoeningen

Voor de volgende oogafwijkingen dienen de ouderhonden te zijn getest dmv van een ECVO onderzoek.

Cataract

PRA

PPC

Disichiasis

von Willebrand Disease vrij via dna test of vererving

CLAD, vrij via dna test of vererving

Fokdieren dienen DNA getest te zijn, of vrij door vererving via afstamming (ouder, grootouder en overgrootouderdieren).

4.3. Aandoeningen:

Met honden die lijden aan een of meer van onderstaandeaandoeningen mag niet worden gefokt.

a.         HD-D en HD-E (beoordeling HD-röntgenopnamen)

b.         De combinatie van ouderdieren met HD-C x HD-B (beoordeling HD röntgenopnamen)

c.         CLAD-dragers (reu en teef)  (DNA onderzoek) combinatie van drager x vrij is toegestaan. Drager x drager is niet toegestaan en ook lijders zijn uitgesloten van het fokken.

d.         Von Willebrand-dragers (reu x teef)   (DNA onderzoek), drager x vrij mag, met als eis stelt dat het gehele nest dna getest wordt en de uitslag bij de club aangeboden wordt. Drager x drager is niet toegestaan en ook lijders zijn uitgesloten van het fokken.

e.         Epilepsie (veterinair onderzoek)

f.          Ectropion (veterinair onderzoek) combinatie van drager x vrij is toegestaan. Drager x drager is niet toegestaan en ook lijders zijn uitgesloten van het fokken.

g.         Entropion  (veterinair onderzoek) combinatie van drager x vrij is toegestaan. Drager x drager is niet toegestaan en ook lijders zijn uitgesloten van het fokken.

h.         Disichiasis, lijders mogen gebruikt worden tenzij deze de uitslag ernstig hebben vanuit het oogonderzoek.

!! Het resultaat van het oogonderzoek mag niet ouder zijn dan 1 jaar.

4.4. Diskwalificerende fouten: met honden met één of meer vanonderstaande diskwalificerende fouten (volgens de rasstandaard) mag niet worden gefokt.

a.         Bij ernstige over- of onderbijt.

b.         Met agressieve of ernstig angstige honden.

c.         Elke hond die duidelijke lichamelijke en/of gedragsafwijkingen vertoont.

5 GEDRAGSREGELS

5.1 Karaktereisen:

Beide ouderdieren moeten voldoen aan dekaraktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven

5.2      

Voor dit ras is een verplichte gedragstest niet van toepassing.

WERKGESCHIKTHEID

6.1

Voor dit ras is een verplichte werkgeschiktheid test niet van toepassing.

7. EXTERIEURREGELS

7.1.      Kwalificatie:

a.         Beide ouderdieren moeten minimaal 2 keer hebbendeelgenomen aan een door de Raad van Beheer en/of FCI gereglementeerde CAC- en/of CACIB expositie en daar minimaal de kwalificatie Zeer Goed op elke expositie te hebben behaald. Of een aankeuring door twee onafhankelijke keurmeesters met minimaal dezelfde kwalificatie (Zeer Goed)

b.         Een kwalificatie Goed tijdens een (inter)nationale kampioenschaps veldwedstrijd conform het AVR van de Orweja of vergelijkbaar in een door de FCI erkend land en afgegeven door een FCI erkende instantie in dat land, alsmede de kwalificatie Zeer Goed op een CAC en/of CACIB tentoonstelling.

c.         Voor buitenlandse honden uit landen waar geen kwalificaties wordengegeven geldt dat de reu/teef moet voldoen aan de exterieurregels die in het land van herkomst gelden. De fokker dan wel de huidige eigenaar, moet deze verifieerbare gegevens aanleveren.

d.         Aankeuring voor Ierse rood-witte setter en geboren uit een goedgekeurde outcross-combinatie ingeschreven in de bijlage van het N.H.S.B.

Voor de Ierse rood-witte setter en geboren uit een goedgekeurde outcross-combinatieingeschreven in de bijlage van het N.H.S.B. is hetniet mogelijk om aan de kwalificatie eis op exterieur te voldoen die de Ierse rood-witte Setter Club heeft gesteld aan de reuen en teven. Voor deze honden geldt dat zij middels een aankeuring van een door de vereniging aangestelde persoon goedkeuring kunnen behalen. De kosten hiervoor zullen van te voren kenbaar gemaakt en doorberekend worden aan de eigenaar van de hond cq. nest wat de aankeuring betreft. De hond uit genoemde bijlage die men wil inzetten voor de fokkerij dient minimaal 1 x beoordeeld en gekwalificeerd te worden middels een aankeuring.

Verder verwijzen we naar het outcross programma wat door de Raad van Beheer is goedgekeurd.

De IRWS-C zal op aanvraag een aankeuring organiseren.

7.2. Fokgeschiktheidskeuring: Fokgeschiktheidskeuringen zijn niet vantoepassing.

8. REGELS AFGIFTE PUPS, WELZIJN PUPS

8.1.      Ontwormen en enten: de fokker draagt zorg voor het deugdelijkontwormen en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend Paspoort voor Gezelschapsdieren. De pups dienen bij aflevering adequaat ontwormd te zijn en zij dienen voorzien te zijn van een unieke ID transponder.

8.2.      Aflevering pups: de pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan opde leeftijd van 8 weken. Tussen de eerste enting en de overdracht aan de nieuwe eigenaar moeten minimaal 7 dagen zitten.

8.3.      Nestinventarisatie is niet verplicht en kan op aanvraag, indien daar behoefte voor is worden uitgevoerd.

9. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN

9.1. Dit reglement is niet van toepassing op nesten die geboren worden uit eenteef gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.

9.2. Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- en/of werkkwalificaties die zijnafgegeven en/of voor de inwerkingtreding van dit reglement hebben plaatsgevonden, worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn inbegrepen.

9.3. In bijzondere gevallen kan het bestuur met betrekking tot het VFRbepaalde combinaties toestaan. Indien de belangen van het ras daarmee worden gediend. Dat besluit wordt met redenen omkleed naar de leden gecommuniceerd.

9.4. Naast het advies van het bestuur kan de fokker via de bestuur advies inroepen van deskundigen op het gebied van de jacht.

10. INWERKINGTREDING

10.1 Dit Verenigingsfokreglement treedt in werking nadathet reglement is goedgekeurd door het bestuur van de Raad van Beheer conform de artikelen 10 HR en VIII. 5 + 6 KR.

Aldus vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van de Ierse Setter Club op 15 november 2017

Aldus vastgesteld

De voorzitter                                      De secretaris